Echtscheiding met internationale aspecten

Op een echtscheiding kan internationaal recht van toepassing zijn. In het personen- en familierecht komt regelmatig de vraag aan de orde of de Nederlandse rechter bevoegd is en of Nederlands recht van toepassing is. U kunt bijvoorbeeld denken aan een echtpaar dat in Nederland woont, maar één van beiden heeft een niet- Nederlandse of dubbele nationaliteit, of het huwelijk is gesloten in het buitenland. In dit soort situaties zal de advocaat familierecht of mediator eerst uitzoeken of de Nederlandse rechter bevoegd is en of Nederlands recht kan worden toegepast. Deze vragen moeten afzonderlijk voor de echtscheiding en alle nevenvoorzieningen worden beantwoord.

Echtscheiding

Op het verzoek tot echtscheiding zelf is artikel 10:56 BW van toepassing: het Nederlands recht is van toepassing op de echtscheiding. En de Nederlandse rechter is bevoegd om op het verzoek tot echtscheiding te beslissen.  

Huwelijksvermogensrecht

Het huwelijksvermogensrecht regelt de wijze waarop goederen tussen partijen worden verdeeld of de huwelijkse voorwaarden afgewikkeld. Is een huwelijk gesloten na 1 september 1992 dan is het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 van toepassing. In het verdrag bestaat de mogelijkheid dat echtgenoten een rechtskeuze maken welk recht zij van toepassing verklaren op de verdeling van hun goederen. Die rechtskeuze moeten echtgenoten wel maken vóór het aangaan van huwelijk. Bij gebreke van een rechtskeuze bepaalt het verdrag het toepasselijke recht. Het verdrag gaat uit van 2 soorten landen, de landen waarin de gemeenschappelijke nationaliteit de belangrijkste aanknopingsfactor vormt (nationaliteitslanden) en de landen waarin de gemeenschappelijke woonplaats voorop staat (woonplaatslanden). Het kunnen zowel verdragstaten als niet-verdragstaten zijn. Er zijn overigens slechts 3 verdragstaten (Nederland, Frankrijk en Luxemburg), maar het verdrag heeft wel een universeel toepassingsgebied.

Hoofdregel is dat het recht van het land van de eerste gewone verblijfplaats bepalend is voor het toepasselijk recht. Hebben echtgenoten dus direct na het sluiten van het huwelijk gekozen voor een eerste gezamenlijke woonplaats in Nederland, dan is Nederlands recht van toepassing op hun huwelijksvermogensrecht. Echter, voor nationaliteitslanden geldt dat het recht van de gemeenschappelijke nationaliteit bepalend is als dit de nationaliteit van een nationaliteitsland betreft of indien de echtgenoten hun eerste gewone verblijfplaats na het sluiten van het huwelijk niet in dezelfde Staat vestigen. Bij gebreke van zowel een gezamenlijke eerste gewone verblijfplaats als een gemeenschappelijke nationaliteit geldt het recht van het land waarmee de nauwste verbondenheid bestaat.

Voorts zijn er diverse situaties waarbij het toepasselijk recht kan wijzigen, bijvoorbeeld nadat een echtpaar meer dan 10 jaar in een land woonachtig is.

Voor huwelijken gesloten vóór 1 september 1992 geldt een belangrijke uitspraak van de Hoge Raad: het Chelouche/Van Leer arrest. Uitgangspunt hiervan was dat een rechtskeuze mogelijk was en dat bij het ontbreken hiervan eerst gekeken dient te worden naar het recht van het land van de eerste gemeenschappelijke huwelijksdomicilie (woonplaats na het sluiten van het huwelijk), bij gebreke daarvan het recht van het land van de gemeenschappelijke nationaliteit en anders naar het recht waarmee de nauwste band ontstond. Anders dan bij het verdrag van 1978 kan het toepasselijke recht in de loop van de tijd niet wijzigen.

EU verordening huwelijksvermogensrecht

Voor huwelijken gesloten na 29 januari 2019 of eerdere huwelijken waarbij op of na 29 januari 2019 een rechtskeuze is gemaakt geldt de EU verordening huwelijksvermogensrecht. Doel van de verordening is het uniformeren van de regels binnen Europa, waar voorheen iedere lidstaat met de eigen ipr-regels werkte. Ook is het toepassingsbereik groter. De verordening geldt voor: België, Bulgarije, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Tsjechië, Italië, Kroatië, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Slovenië, Spanje en Zweden.

Ook in de verordening wordt uitgegaan van de mogelijkheid van een rechtskeuze en de verordening stelt regels met vormvereisten voor de rechtskeuze.

Is er geen rechtskeuze gemaakt dan wordt er eerst gekeken naar de gemeenschappelijke woonplaats na het sluiten van het huwelijk, bij het ontbreken daarvan naar de gemeenschappelijke nationaliteit en anders naar het land met de nauwste band.

Nieuw is wel dat een echtgenoot de rechter kan vragen het recht van het land van de laatste gemeenschappelijke woonplaats toe te passen als ze daar geruime tijd langer hebben verbleven dan in het land van de eerste huwelijksdomicilie en men ook heeft geleefd naar dit rechtstelsel.

Uit voorgaande blijkt wel dat het niet zo vanzelfsprekend is dat Nederlands recht van toepassing is op het verdelen van goederen. Heeft u te maken met een echtscheiding met een internationaal aspect, laat u dan goed voorlichten over uw rechten en plichten. Kadanz Advocaten is een gespecialiseerd advocatenkantoor in het personen- en familierecht. Wij zijn tevens gespecialiseerd in internationale echtscheidingen. Neem dus gerust contact op.