Berekening kinderalimentatie

Veelgehoorde vragen in onze praktijk: Heb ik recht op kinderalimentatie? Hoeveel kinderalimentatie kan ik krijgen of wat moet ik betalen? Hoe hoog wordt mijn  kinderalimentatie? Ik heb geen draagkracht, moet ik toch kinderalimentatie betalen? Co-ouderschap, geen kinderalimentatie?

De regels voor kinderalimentatie zijn sinds 2015 aanzienlijk gewijzigd. De overheid wilde de berekening van kinderalimentatie eenvoudiger maken en dat is deels gelukt. Er zijn sinds 2015 tal van wijzigingen doorgevoerd zodat de kinderalimentatie beter aansluit bij het ouderschapsplan en de berekening eenvoudiger wordt. Toch is de berekening niet zo simpel als altijd wordt gedacht.

Hoe ziet een alimentatieberekening er uit? Om in alle zaken een uniforme berekeningswijze toe te passen, hanteert de rechtspraktijk dezelfde richtlijnen. Deze richtlijnen zijn te vinden in het ‘Rapport alimentatienormen’, kortweg het ‘Tremarapport’. Dit rapport wordt jaarlijks aangepast en gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. Hierin is te vinden hoe de berekening moet plaatsvinden en welke wijzigingen er voor dat jaar worden aanbevolen. Het gaat dus om aanbevelingen, hetgeen impliceert dat het Tremarapport geen wet is. Alle rechtbanken en iedere advocaat werkt met het Tremarapport, maar het is slechts beleid. Als er goede argumenten zijn om van het Tremarapport af te wijken, dan is dat uiteraard te proberen. In dit stuk beperk ik mij echter tot het Tremarapport.

Bij de berekening van kinderalimentatie moeten de kosten van de kinderen worden verdeeld tussen de ouders naar rato van hun draagkracht. Hoe werkt dat precies?

De kosten van de kinderen

Om de berekening te kunnen maken, moeten we eerst vaststellen wat de kosten van de kinderen zijn. Tijdens een relatie hebben ouders een bepaald inkomen waarvan zij leven met het gezin. De kinderen zijn een bepaalde maatstaf van welstand gewend in het gezin. Het uitgangspunt is dat kinderen door de scheiding van hun ouders er financieel niet op achteruit mogen gaan. Met andere woorden, er wordt gestreefd naar een situatie waarbij de kinderen dezelfde welstand behouden als toen hun ouders nog samenleefden. Ook indien één van beide ouders een lager inkomen heeft, en deze ouder zorgt voornamelijk voor de kinderen na de scheiding, dan kan deze ouder met het lagere inkomen de kinderen toch dezelfde welstand bieden als tijdens het huwelijk, omdat de ouder met het hogere inkomen een onderhoudsbijdrage levert in de kosten van opvoeding en verzorging van de kinderen. De ouder met het hogere inkomen betaalt dus een kinderalimentatie aan de ouder met het lagere inkomen, zodat de ouder met het lagere inkomen de sporten kan blijven betalen, maar ook een huis kan huren waarbij alle kinderen een eigen slaapkamer hebben, zoals zij gewend waren.

Ouders met een hoger inkomen (kunnen) meer geld uitgeven aan hun kinderen, dan ouders met een lager inkomen.  Dat zien we terug in alle kosten die worden gemaakt ten behoeve van de kinderen:  kleding, speelgoed, sporten en huisvesting. Ouders met een hoger inkomen geven aan al deze zaken meer geld uit dan ouders met een lager inkomen, zo is het uitgangspunt van het Tremarapport.

Bij een berekening kinderalimentatie stellen we eerst vast van welk inkomen de ouders tijdens de relatie of het huwelijk hebben geleefd. We berekenen daarvoor het ‘Netto Besteedbaar Inkomen’ aan de hand van loonstroken en jaaropgaves van het laatste volledige jaar dat ouders hebben samengewoond. Dit netto besteedbaar inkomen is niet gelijk aan het nettoloon. Bij het netto besteedbaar inkomen worden namelijk alle belastingvoordelen meegeteld (met uitzondering van de hypotheekrente aftrek en het woonwaarde forfait), het vakantiegeld wordt erbij opgeteld en eventuele dertiende maand en structurele bonus en/ of eindejaarsuitkering tellen ook mee.

Aan de hand van het netto besteedbaar inkomen van beide ouders en de leeftijd van de kinderen en het aantal kinderen binnen het gezin, wordt aan de hand van tabellen in het Tremarapport vastgesteld wat de kosten van de kinderen zijn.  

In praktijk zie ik dat ouders vaak schrikken van de hoogte van de uitkomst. Vaak hoor ik: ‘zoveel geef ik helemaal niet uit aan mijn kinderen’. Dat is begrijpelijk. Het Tremarapport maakt in de berekening van de kosten van de kinderen namelijk een onderscheid in verblijfskosten en verblijfsoverstijgende kosten. Verblijfskosten zijn de kosten voor huisvesting, gebruik van gas, water en elektra. Verblijfsoverstijgende kosten zijn de kosten voor school, kleding, sport en vakantie. Om de kosten van de kinderen te kunnen vaststellen, telt het Tremarapport al deze kosten (verblijfs- en verblijfsoverstijgend) bij elkaar op. Dit maakt dat de kosten van de kinderen volgens het Tremarapport dus hoger zijn dan wat ouders iedere maand uitgeven aan hun kinderen.

In praktijk kan over het vaststellen van de kosten van de kinderen al veel discussie ontstaan. Wat te denken van overwerk uren? Zijn deze structureel en tellen ze mee bij het reguliere inkomen? Was een te ontvangen bonus van de werkgever een vaste waarde of was deze afhankelijk van prestaties van de werknemer/ ouder.

Draagkracht

Om vast te kunnen stellen hoe de kosten van de kinderen tussen ouders worden gedeeld, maken we een draagkrachtberekening. De berekening van de draagkracht is gebaseerd op de toekomst en daarvoor wordt het inkomen van nu, dus na de verbroken relatie of scheiding gehanteerd. Als een ouder sinds het verbreken van de relatie bijvoorbeeld ziek is geworden en een Ziektewet uitkering ontvangt, dan wordt bij zijn of haar draagkracht rekening gehouden met het lagere inkomen uit Ziektewet uitkering en niet meer met het inkomen uit arbeid dat werd genoten tijdens het huwelijk. Indien een ouder sinds de scheiding meer uren is gaan werken of structureel overwerkt, dan wordt bij de draagkrachtberekening rekening gehouden met dat hogere inkomen.

Bij de berekening van draagkracht wordt rekening gehouden met een aantal forfaitaire bedragen voor woonlasten en andere vaste lasten van ouders. Deze worden van zijn of haar inkomen afgetrokken. Ook wordt bij de niet-verzorgende ouder[1] rekening gehouden met een zorgkorting. Indien het kind  een aantal dagen per week bij de andere niet-verzorgende ouder verblijft, dan hoeft over die dagen geen kinderalimentatie te worden betaald. De verzorgende ouder bespaart zich uiteraard kosten als de kinderen er niet zijn. Hoe vaker de kinderen bij de niet-verzorgende ouder zijn, hoe hoger de zorgkorting.

5% bij gedeelde zorg minder dan 1 dag per week

15%  bij gedeelde zorg op gemiddeld 1 dag per week

25% bij gedeelde zorg op gemiddeld 2 dagen per week

35% bij gedeelde zorg op gemiddeld 3 dagen per week

Bij de berekening van het gemiddelde per week, tellen alle vakanties en feestdagen mee. Als ouders een weekendregeling hebben afgesproken van een weekend per veertien dagen van vrijdag tot zondag en de helft van de vakanties dan is de zorgkorting dus 25% per week.

Dit neemt meteen het misverstand weg dat bij co-ouderschap geen kinderalimentatie wordt betaald. Ook bij co-ouderschap kan namelijk een verplichting bestaan om alimentatie te betalen. Immers, co-ouderschap betekent niet dat ook de tijd per week in alle gevallen exact wordt gedeeld. Bovendien kan het verschil in inkomen zo groot zijn dat nog steeds kinderalimentatie moet worden betaald. Meestal wordt bij co-ouderschap de zorgkorting van 35% toegepast.

Bij de berekening van de draagkracht wordt bij de verzorgende ouder overigens rekening gehouden met het te ontvangen kindgebonden budget en overige fiscale voordelen als alleenstaande ouder[2]. Het kindgebonden budget wordt opgeteld bij het inkomen van de ouder waar de kinderen zijn ingeschreven.

Met de (woon) lasten van ouders wordt in de regel geen rekening meer gehouden. Er zijn echter enkele uitzonderingen. Indien één van beide ouders onredelijk hoge woonlasten heeft omdat die nog noodgedwongen in de voormalige gezamenlijke woning verblijft en daarvan alle kosten draagt, dan kan dat een reden zijn om met deze hoge kosten wel rekening te houden. Ook met niet-verwijtbare en niet-vermijdbare schulden die worden afbetaald, wordt in de regel wel rekening gehouden. Het is dan wel van belang om deze schulden goed te onderbouwen en aan te tonen, zodat uw advocaat eenvoudig een inzicht kan geven aan de rechtbank. Maar ook om de advocaat van de andere ouder te overtuigen dat de schulden worden betaald en voldoen aan de criteria, zijn goed onderbouwde bewijsstukken nodig. 

Uiteindelijk wordt van iedere ouder de draagkracht berekend en die draagkracht wordt afgezet tegen de kosten van de kinderen. Dat levert voor iedere ouder een percentage op van hetgeen hij of zij moet dragen aan de kosten van de kinderen. Waarbij de verzorgende ouder deze kosten al in natura voldoet.

Ook de berekening van de draagkracht is voer voor discussie: Met welk inkomen wordt gerekend? Kan de verzorgende ouder niet méér uren gaan werken, om meer te kunnen bijdragen aan de kosten van de kinderen? Welke zorgkorting wordt toegepast, 25% of 35%? Of passen we in onderling overleg 30% toe?

Het lijkt om kleine verschillen te gaan, maar de kinderalimentatie wordt in ieder geval betaald totdat de kinderen 18 jaar zijn. De onderhoudsplicht van ouders bestaat totdat de kinderen 21 jaar zijn. Het kan dus gaan om een lange periode en betaling van kinderalimentatie komt iedere maand terug.

Indien na de berekening van de kinderalimentatie een wijziging plaatsvindt, dan kan één van beide ouders overigens verzoeken om een nieuwe berekening op basis van de nieuwe gegevens en een verzoek indienen tot wijziging van de kinderalimentatie. U wendt zich dan dus opnieuw tot een gespecialiseerd advocaat. Daarover een andere keer meer.

De kinderrekening en overleg

Los van bovenstaande richtlijnen voor kinderalimentatie kunnen ouders in onderling overleg tot geheel eigen afspraken komen als het gaat om de kosten van de kinderen. Vaak wordt daarvoor een kinderrekening gebruikt. Essentieel daarbij is dat ouders beiden toegang hebben tot deze rekening en dat zij daar beiden kosten van kunnen betalen. Ook mag er achteraf niet teveel discussie ontstaan over gedane uitgaven. Overleg (vooraf) en een goede verstandhouding is dus van belang. Verder is het belangrijk om vooraf een lijst samen te stellen van welke kosten wel, en welke kosten niet van de kinderrekening worden voldaan. Het grote voordeel van de kinderrekening of een alimentatie in onderling overleg, is dat ouders volledig kunnen afwijken van het Tremarapport en door middel van maatwerk een passende regeling voor hun kinderen kunnen maken. Ik zou daarbij adviseren om het overleg te laten plaatsvinden bij een familierecht advocaat. Die kan namelijk ook meteen vertellen en berekenen wat de uitkomst bij een rechtbank zou zijn.  

Bij Kadanz Advocaten kunt u zowel terecht voor de klassieke (her)berekening van de kinderalimentatie, als voor het opstellen van een kinderrekening en verdeling van de kosten in onderling overleg. Onze advocaten zijn gespecialiseerd in personen- en familierecht en hebben ruime ervaring in procedures bij de rechtbank als het gaat om alimentatie. Ook kunt u samen terecht bij onze mediator.  

Neemt u contact op met info@kadanzadvocaten.nl of 085-0769036

1] Deze term is in mijn ogen onjuist. Na de scheiding zorgen beide ouders immers voor de kinderen. Beter zou het zijn om te spreken van ‘de ouder waar het kind niet is ingeschreven of geen hoofdverblijf heeft’.

[2] Met fiscale voordelen worden alleen bedoeld de aftrekposten in het kader van inkomstenbelasting, niet zijnde hypotheekrenteaftrek. Met huur- en zorgtoeslag wordt in geval van kinderalimentatie geen rekening gehouden.